Skip to main content

Full text of "Der rupsen begin, voedzel en wonderbaare verandering : waar in de oorspronk, spys en gestaltverwisseling : als ook de tyd, plaats en eigenschappen der rupsen, wormen, kapellen, uiltjes, vliegen, en andere diergelyke bloedelooze beesjes vertoond word : ten dienst van alle liefhebbers der insecten, kruiden, bloemen en gewassen : ook schilders, borduurders &c. : naauwkeurig onderzogt, na 't leven geschildert, in print gebragt, eu in 't kort beschreven"

See other formats


3 



c6 



Digitized by the Internet Archive 
in 2015 



https://archive.org/details/derrupsenbeginvo03meri 



DERDE EN LAATSTE DEEL 

R U p"s E N 

BEGIN, VOEDZEL 

E N 

WONDERBAARE VERANDERING. 

Waar in 

De Oorfpronk , Spys en Geftaltverwifleling : als ook de 
Tyd, Plaats en Eigenfchappen der Rupfen , Wormen, 
Kappellen, Uiltjes, Vliegen, en andere diergelyke 
bloedelooze Beesjes vertoont word j 

Ten dienft van alle Liefhebbers der Infefren, Kruiden, Bloemen 
en Gewaden j ook Schilders, Borduurders &c. 

Naauwkcurig onderzogt, na 't leven gefchilderc , en in 't korte 
befchreven 

/ 

Door 

MARIA SIB1LLA MERIAN, Saal r . 

In Print gebracht, en in 't licht gegeven door haar Jongüe Dochter 
DOROTHEA MARIA HENRIGIE. 




t'A M S T E R D A M, 

Gedrukt voor de Uytgeeffter. 

Woont in dc Kerküraat , tuflehen de Leydfche en Spiegel ftraatj 
in de Roozetak ; alwaar defelve onafgezet als ook afgezet 
te bekomen zyn. 
Als mede 

Alle de andere Werken en nagelaatene Schilderkonft , van boven- 
gemelde haare Moeder SaaU, 



r A A N D E 
GOEDGUNSTIGE ONDERSOEKERS 
DER 

NATUUR. 



Yne Moeder Saalr. Maria Sibilla Merian , 
welke Godt belieft heeft uyt dit vergan- 
kelyke leven , in het onvergankelyke te 
verplaatfen , en van haaren onvermoeye- 
lyken arbeydt te doen ruften ; van gedachten ge- 
weeft zynde , den Liefhebberen der Infecten , dit 
'Derde *Deel der Europafche Infeften meede te dee- 
len ; en nu in de Eeuwige Ruft zynde, foo kan ik 
niet nalaaten het in Druk uyt te geeven , wetende 
dat dan haar laatfte Werk aan de Onderfoekers der 
Natuur , meede gedeelt is. Daar by voegende , 
een appendix van Surinaamjche Infeffen , geobfer- 
veert door myne Sufter Johanna Helena Herolt , 
tegenwoordig noch tot Surinaame woonende , niet 
twyfelende of het eene en andere fal aangenaam 
zyn. Dit Werk foude al eerder uytgegeven zyn , 
doch de groote fwakheit , en een tweejaarige be- 
roertheit myner Moeder Saak zyn de reedenen dat 
het foo lang geftaakt is - y doch nu myne handen 
ruymer hebbende , heb ik 'er foo veel meede ge- 
fpoed als my moogelyk was , om aan de Liefheb- 
bers genoegen te geven , en te konnen feggen, dat 
nu alle haare Werken Compleet zyn, 

A ^ Op 




Op den Tytel heb ik de Verandering van de 
Mieren geftelt , foo als defelve zich in een lank- 
werpig rond ey infpinnen , welke eyeren men aan 
de Canaryvogels te eeten geefr. Wanneer de 
eyeren ryp zyn , foo komen 'er kleyne en groote 
Vliegen uyt , die ik in groote meer.igte heb fien 
uytkomen , gelyk op het Tytelbladt te fien is. 
Den 15 July 1694. bequam ik een gantfch Neft 
van deefe Diertjes , beftaande uyt veele Duyfen- 
den , foo groote als kleyne , van alderhande foor- 
ten, fonder en met Vleugels, ook foodanige , die 
eerft uyt haare eyeren kroopen , wanneer fe 't wys 
wierden van te konnen vliegen : waar uyt ik ge- 
noegfaam fien konde , datfe veranderen gelyk de 
Rupfen. Ik hebfe derhalven hier terneer geftelt , 
om {met Salomon haare Deugden na te fpeuren. 

Hier by heb ik op een kleyn groen Malva blad 
geplaatft , den Koning der Mieren , foo alsfe in 
Üoft-Indien genoemt werd ; wiens achterfte ge- 
deelte van 't lyf, gelyk een groote weeke witach- 
tige Worm is. 



( f ) 

L 

Jërufalems-Bloem. Flos Hieryfalomitanus. 

Ier op volgen nu de Veranderingen van de overige 
Ruplên eri Wormen. 

Van de Rupfen op deefe Bloem , heb ik'er Vyf- 
tien gehadt , en fe met deefe Bloemen gevoed. 
Maar wanneer ik haar eens vergeetcn hadde eeten 
tegeeven, hebbenfe malkanderen opgegeten, tot op drie, 
die overbleven ; deefe wierden den 8 September tot Pop- 
petjes, en 't volgende Jaar in de maand Mey , quaamen 'er 
foodaanige graauwe Uiltjes uyt, gelyk hier te fien zyn. 

I K 

Nachtfchade. Sohnum vel Soïatrum. 

Dit Kruyd is de fpyfe van het groene Rupsje , dat by de 
Beffen kruypt ; het wierd den 10 Juny tot een Pop- 
petjen, en den zf dito quam'er een houtcóuleurt Kappelletje 
uyt, dat heel fnel konde vliegen. 

Hier tegen over is een fwart Rupsje , dat op de fteel 
kruypt •, wannéér dit fyne huyd afgeftroopt hadde , wierd 
het groen : ik fpysde het eerft met witte Vlier, maar be- 
quam daar door geenc verandering j eyndelyk gaf ik het dit 
Kruyt te eeten , en wanneer het zich een wit Gefpin ge- 
maakt hadde, bequam ik fulke geele Vliegen daar uyt^ ge- 
lyk hier alles by malkanderen te fien is. 

I I h 

Selderie. Alcaa. 

Dit Kruyd is de eygentlyke fpyfe van deefe groene Rup-* 
fenj ik hebfe daar meede in 't leven behouden, tot in 
de maand Augufty , wanneerfe tot bruyne Poppen wierden $ 
en des volgenden Jaars den 21 Mey , quam 'er het eerfte 
Uiltjcn uyt. 

A % Itf, 




i v. 

Cardinaals Bloem. Flos Cardinalis. 

DIergelyke bruyne Rupfen heb ik tot Amjierdam op fulkc 
Bloemen gevonden , waar meede ik fe ook gevoed 
heb, tot op den 8 September i6pf. wanneerfe tot Popjes 
wierden j en des volgenden Jaars den 2f Juny , quamen 'er 
diergelyke Kapellen uyt , gelyk alles hier in print vertoont 
werd. 

V. 

Wilde Wyngaard. Lahrufca. 

HEt Kleyne op de roode beffen fittende Beesjen , heeft 
alleen het fap van defe blaaden boven af gegeten. Den 
9 Juny heeft het fyne couleur gantfeh verandert, gelyk op de 
iteel daar naaft te fien is : den 17 dito is het tot een Popjen 
geworden : den 19 dito heeft het eene lichtere couleur, als 
meede een andere gedaante gekrecgen , en den 7 July is een 
foodanig Oranje couleurt Torretjen ,daar uyt geworden , ge- 
lyk onderaan te fien is. 

V I. 

Slee-boom of Wilde Spinus vel Prunus SU- 

Pruyme-boom. veftris. 

VAn deefc Rupfen vond ik 'er veele by malkanderen , die 
feer kleyn waaren,op een hegge van Slce-boomen, al- 
waarfe een groot Gefpin gemaakt hadden. Des avonds ten 
fcven uuren vergaderden zy alle byeen , en kroopen foo 
dicht by malkanderen , dat men het voor een rond lapjen 
fwart fluweel foudc hebben aangefien. Ik fneed den o-. in t- 
fchen tak met alk blaaden cn 't gefpin t'faamen af, en liet my 
daagelyks diergelyke groene takjes brengen, die ik in verfch- 
waatcr fteldc , om fe daagelyks te obferveeren. Des mor- 
gens 



4- 3 




gens ten negen uuren liepenre alle tot hunne fpyfe , en ver- 
volgens gefamentlyk aan haaren arbeydt : die daarin beftond , 
om een huys voor zich te bouwen. Zy fponnen dan het 
eene vertrek boven het andere, en lieten tuflehen beyde 
een vingerbreed plaats , en van vöoren eene opening , die 
foo groot was , als de Rups noodig haddè , haar volkome 
groote hebbende , om daar in te konnen woonen. Wanneer 
de Son heet begon te fchynen, kroopen zy alle in haare woo- 
ningen en bleeven daar in , tot dat de. grootfte hitte over 
was } Dit deeden zy alle daagen , tot op den 24 Juny , wan- 
neerfe begonnen zich in Ovaal ronde eyeren te fpinnen 5 
waar in fe leggen bleevcn, tot op het andere Jaar, den feven- 
den Maart, als wanneer de Uiltjes voor den dag quaamen, 

V I I. 

W inter» Roofen of Maluwe. Malva. 

HEt kleyne groene en met witte ftreepjes vercierde Rups- 
jen , heeft deefe Bloemen tot fyne fpys genoten , tot 
op den eerften July , wanneer het tot een Popjen wierd. 
Het was feer gaauw in 't loopen ; Den z 1 dito quamen 'er 
fülke geele Kappelletjes uyt. De groote Rups , heeft meede 
de gemelde Bloemen gegeeten } hy lag heel veel ftil j maar 
wanneer hem maar 't kleynfte Diertjen aanraakte , floeg hy 
om zich , als of hy toornig was. Den 5 Juny heeft hy 
de blaaden t'faamen getrokken , en zich daarin tot ruil: be- 
geeven i den 18 Juny wierd hy tot een Popjen , en den 
16 Auguftus quam 'er een fuik witachtig onruftig Uiltjen 
uyt. 

vin. 

Akeleybloem.' Aqmlegia vel Aqüittna. 

HEt groene Rupsjen gebruykte deefe Bloemen tot fyne 
fpyfe , den eerften Augufty hebben zich eenige in gee- 
le Eyeren gefponnen > en den 1 8 dito , quamen'er fulke fwar- 

iè 



( 8 j 

tc Vliegen uyt, gelyk alles aan de eene zyde van 'de bloem te 

fien is. 

Het bruyn en witte Beesjen met fes pooten, heeft tot fyne 
fpyfe Luysjes gebruykt. Den i Juny heeft het zich tot een 
rond wit Ey gefponnen en den zz dito quamen'er fulkc 
lichtgroene vliegende Beesjes uyt j gelyk 'er hier boven een 
op het zaat te fien is. 

I X. 

'Dove Netelen. LamiumvelGakopfis florcns. 

SOodanige groene Rupsjes , waar van 'er eeri op het groe- 
ne blad kruypt , hebben dit Kruyd tot hunne fpyfe ge- 
nuttigt , tot in de maand Augufty , als wanneer fe zich in 
witte Eyeren infponnen , foo als 'er een onder op de ftcel legt. 
Des anderen Jaars in Mey , zyn.'er foodanige Vliegen uytge- 
komen, gelyk 'er een boven de Rups gefien word. 

Het heel kleyne Rupsjen , was geel van couleur, en ver- 
ciert met roode ftreepjes : het gebruykte het felve Kruyd tot 
fyne fpyfe. In 't begin van July heeft het zich tot een wit 
Ey ingefponnen , en op den laatften dito quam'er dit kleyne 
Kapelletje uyt , gelyk op de bovenfle bloemen alles by 
malkanderen gefien word. 

X. 

Vyge. Ficus* 

y^Eefe bruyne Rupfen heb ik met Vyge-bladeren gevoed, 
\_J tot in de Maand Augufly , wanneerle zich in Popjes 
veranderden, en in de Maand September, quamen'er fulke 
bruyne Uiltjes uyt. 

X ï. 

Ridderlpooren, Confolida Rcgalis. 

TrvEefe Bloemen zyn de fpyfe , van deefc groene en witte 
JL/ Rupfen, welke zich den ip Juny tot Poppetjes verandert 

heb- 



O 



hebben , den i f July quam 'er uyt het eene , een fulke 
groote Vlieg, die zich in het Popjen tot een bruyn Ey ge- 
maakt hadde , en den zo dito , quam 'er fuiken bruynen 
Uiltjen uyt. 

Voor deefèn is van foodanige Verandering verfcheydentlyk 
gefprooken , wat het doch eygently-k mochte zyn , dat'er foo 
grooten onderfcheit tuiïchen de Vlieg en het Uiltjen is , en 
dat het niet wel wefen konde , dat het eene van 't mannelyke 
en 'c andere van 't vrouwelyke Geflacht (oude zyn j maar 
eenige Jaaren geleeden heb ik gefien , dat zich Vliegen op 
fulke Rupfen gefet hebben , en daarop lang zyn blyven fit- 
ten, ook haar zaat in de Rups, tuflehen haarcleeden hebben 
ingefchooten } en terwylen zy het vleefch van de Rups tot 
fpys gebruykten , hebben zy zich daar in tot een bruyn Ey 
verandert , waar uyt eyndelyk een, foodanige Vlieg voortge- 
komen is. 

X I I. 

Katte- Kruyd. 'Mentha felina vel Nepeta. 

Ao róSp. den 24 Juny , heeft zich deefe groene Rups , 
na dat hy van dit Kruyd gefpyft: was , tot een fchoon 
Popjen verandert, na dat hy dertien daagen ftil geleegen had- 
,dej en den f September is het tot een Uiltjen geworden. 

X I 1 1. 

Maankoppen of Slaap-Kruyd. 'Papaver. 

HEt bruyne Wormtjen boven op de knop, heeft de kley- 
ne Beesjes die men Luysjes noemt gegeeten , tot op 
den z6 Augufty, als wanneer het zich tot een foodanig Pop- 
petjen gemaakt heett j in de maand July zyn de andere foo 
blyven leggen : eyndelyk heb ikfe opgefneeden , en daar 
in fulke Vliegen gevonden , gelyk'er een op het groene blad 
te Men is. 

De fwarte en geele Rups , heeft deefe bloemen tot haare 

B fpys 



( 10 ) 

fpys gebruykt , tot op den 26" Augufty ïrfpf. als wanneer fe 
tot een fwart Poppetjen geworden is , en des volgenden Jaars 
den p Juny , quam'er een foodanig Uiltjcn uyt. 

X I V. 

Byenbladt. Melijfa. 

Ao. 1683. den 14 Juny wierd my deefe houtcouleurdc 
Rups gefonden tot Schivalbach in Duytfcblandt. Zy was 
(eer ftil van aardt. Den 2.6 dito fpon zy zich in , en wierd 
een Popjen, en den pjuly quam'er een foodanig geel Kap- 
pelletje uyt. 

Het onderfte Beesjen op het benedenfte groene bladt , ge- 
bruykte dit bladt tot fyne fpyfe. Na dat het eenige reyfen 
(yne huyd afgeftroopt hadde, die het geftadig by zich droeg, 
en fomtyds met fyn achterlyf beefde , als of het benouwt 
was ; Veranderde het zich , in een foodanige gedaante als 
daar tegen over te fien is , en wierd den zf Juny i68p. foo 
hard als hout. Eyndelyk quam 'er in de maand July een foo- 
danig groen Torretjcn uyt. 

X V. 

Onfer Vrouwen Diftel. Carduus Maria. 

SUlke Rupfen gebruykten defe Diftelen tot hunne fpyfe, 
tot op den ipjuly, wanneer eene daar van in een Popjen 
veranderde. De andere bleeven leggen , waar uyt veele 
kleyne Wormtjes kroopen , die zich tot kleyne Eyertjes in- 
fponnen : ondertufTchcn (pon de Rups meede alle de kleyne 
Eyertjes rondom zich by malkanderen , dat 'er gcenc van 
konden afvallen. Dit gefpin (ach uyt als Cattoen. Tien 
daage daar aan quamen 'er (ulke kleyne fwarte Vliegen uyt; 
foo dat, buyten allen twyffel , de Vliegen haar zaat in de 
Rupfen gelegt hadden. Den 7 Augulty quam'er een fuik 
fchoon Kapelletje uyt het Popjen, 't welke de Liefhebbers 
een Diltelvink noemen. 



XVI. 



f 

1 

I 
\ 

m 



r 



( II ) 



XVI. 

Melde. Atripkx. 

MEt dit Kruyd heb ik deefe Rups gevoed tot op den 10 
Augufty, wanneerfe zich tot een fwart Popjen ver- 
anderde j en den 24 dito quam'er een Rood Uiltjen uyc. 

XVII. 

Haafelnoot. Avdlana. 

DEn onderften groenen Worm , heb ik op deefe Nooten 
gevonden , alwaar hy de kleyne Diertjes ot Luysjes 
heek gegeeten. Den 24 Mey veranderde hy zich in een 
bruyn Popjen , en den zo Juny quam'er een foodanig fwart 
Beesjen uyt , gelyk alles by malkanderen op de Nooten tc 
fien is. 

Het boven fte groene Rupsjen heb ik den 3 May meede op 
diergelyke Nooten gevonden. De blaaden daar aan zynde, 
fponnen zy te faamen , woonden daarin , en liepen feer vaar- 
dig daarin en uyt : wanneer menfe aanraakte , foo lieten zy 
zich aan een draad neer } dit duurde tot den 14 dito , wan- 
neerfe tot Popjes wierden , en den zf dito quamen 'er fulke 
kleyne Kappeletjes uyt, gelyk boven op te fien zyn. 

Van diergelyke groene Rupfen , waar van 'er eene onder 
aankruypt, heb ik 'er veel op defe Vruchten gevonden, cn 
met de blaaden daarvan gevoed, tot op den 18 Augufty, 
als wanneer zy een hard gefpin maakten , en daarin bleven 
leggen, tot op den if April des volgenden Jaars , wanneer 
foodanige Vliegen daaruyt voortquamen , gelijk'er een op de 
fteel te fien is. 

XVIII. 

Abrikoos. Armeniacum Vomunt. 

VAn deefe cierlijke Rupfen heb ik'er veel op deefe Vrüge 
gevonden, welkers blaaden zy tot hunne fpyfe gebruyk- 
ten, tot op den 18 September 1691. tot Awjisrdam , wan- 

B z neerlè 



(■ r* ) 

neerfe zich felfs infponnen , en tot Popjes wierden. In het 
eene groeyde een Worm , die zich in een fwarte Vlieg ver- 
anderde : en des anderen Jaars in de Maand April , quamen'er 
uyt de andere Popjes foodanige graauwe Uikjes. 

XIX. 

Mater of Moeder-Kruyd. Tarthenium, 

DEefe bruyne Rupfen , hebben dit Kruyd gegeeten tot 
op den 10 July, wannecrfe zich in Poppetjes verander- 
den, waaruyt veertien daage daar aan fulke bruyne Uiltjes 
voortquamen. 

XX. 

Irias. Iris hortenfis , latifolia. ■ 

VAn deefe witachtige Rups, heb ik'er maar eenegehadt, 
die tot fijne fpys blaauwe Irias gebruykte , en wanneer 
hy-geene meer konde krygen, heeft hyhet zaat daarvan ge- 
geeten j op 't laatlt. is hy heel donker blaauvvachtig gewor- 
den, en heeft den 17 July 1689. fyne huyd afgeftxoopt , die 
rnet een draad jen aan het Popien hangen bleef. Eyndelijk is 
'er den f September een ligt Uiltjen uyt voortgekomen. 

De groene Rups die op het blad kruypt , heb ik in de aar- 
de vinden leggen by Irias Wortelen. Den 3 1 Maart 
i<5£>8. is hy tot een Popjen geworden , en in de volgende 
maand Juny , is ccn foodanig graauw Uiltjen daaruyt ge- 
worden. 

XXI. 

Braam-beefien-ftruykf Rubens. 

DE groene Rups die boven kruypt, heb ik met foodanige 
blaaden gevoed , die hy t'faamen gerolt hadde en 
waarin hy woonde , fonder daaruyt te komen , als wanneer 
hy eeten wilde. Op 't laatile wierd hy bruyn. Den 11 Mey 
fpon hy zich tuflehen de blaaden in, en wierd aldaar tot een 
Popjen, waaruyt den iz jüny een houtcouleurt Kappelletje 
voortquam. 

Dc onderfte groenachtige bruyne Rups , heb ik ook met 

deefe 



20- 3 



deefe bkaden gevoed, inde Maand Juny desjaars 1685. tot" 
Langen Schwalbach. Wanneer men haar aanraakte, foo liet 
zy wat groen waater van zich , rolde in 'c ronde t'faamen,' 
en bleef lang foo leggen. Zy was feer ftil van aardt, foo 
datfe gantfche uuren lang onbeweeglyk ftil leggen bleef. Den 
14 Juny veranderde zy in een Popjen, en den zjuly quam'er 
een foodanig fchoon Uiltjen uyt , van couleur byna als dc 
Rups die boven op het bloeyfel fit. 

XXII. 

Wolfsmelk. tithym'alus. 

DIergelyke Rupfen wanneerfe noch kleyn zyn , zyn geel 
en fwart , maar grooter wordende, wordenfe roodtj 
wanneer menfe aanraakt , foo flaanfe met de kop heen en 
weer, als ofTe toornig waaren. Van dit foort heb ik 'er 
veel tot Frankfort gehadt , maar zyn my altyd bedorven , en 
niet als Vliegen daaruyt voortgekomen. Zy hebben braaf 
van dit Kruyd gegeeten. A<>. 1684. den 18 Juny , wierden'er 
weer twee tot Popjes , endenpjuly, bequam ik eyndelyk 
dit fchoone Uiltjen daarvan , waar van 'er een noch den fel- 
ven dag een groen Ey.leydé. 

XXIII. 

Kamper-foely , of Capri folie. Periclymenus. 

VAn deefe fchoone groene Rups , heb ik'cr tot Frankfort 
veele gevonden op Hardreegel en Kamper-foely , waar 
meede zy haar geneerden. Den 15 Augufty wierd'er een tot 
een Popjen, en des anderen Jaars den f Juny quam'er een 
foodanig fchoon Uiltjen uyt. De voorige die ik hadde, zyn' 
meeft in 't ruyen of vervellen geftorven, of daar zyn fooda- 
nige Vliegen uytgekomen. Tot Jlmflerdam heb ikfe met: 
K-amperfoely gefpyft. 

XXIV. 

Quee-bloeyfel. Cotonde flos. 

DEn eerften Mey 1Ó83. heb ik deefe Rups tot Frankfort' 
aan de Main op Qué'en gevonden, waarmeede ik hem' 
oek hebbe gevoed. Hy was feer onruftig , geftadig heen en* 

B 3 weer 



( 14 ) 

vrcer lopende, en at Teer weinig. Den 4Mey maakte hyeen 
graauw gefpin, en den 24 dito quam 'er een foodanig graauw 
Uiltien uyt. 

Ha kleyne bruyne Rupjsen daar tegen over , heeft meede 
dcefc blaaden gegeeten , heeft zich ook daarin gerolt , en 
is aldaar op den zójuny tot een Popjen geworden , enden 14 
July is het graauwe Kappeletje daar uyt gekomen. 

XXV. 

Quee-blaaden. Cotoneoe folia. 

SOodanigc bruyne en geele Rupfen , heb ik met Quce- 
blaaden gefpyft ; zy hebben ook Pruymen en Roofcn- 
blaaden gegeeten, tot op den 28 Mey, wanneer de eene tot 
een Popjen wierd, na dat hy fijne huyd haddc afgeflxoopt. 
Wanneer men deefe Rupfen aanraakte , foo blevcnfe fonder 
beweeging leggen ; des volgenden Jaars den 24 Maart is een 
foodanig houtcouleurt Uiltje daaruyt voortgekomen : gelyk 
alles op de eene zyde te fien is. 

De Rups daar tegen over ftaande , heb ik met Slceboom- 
blaaden en Quee-blaaden gevoed : maar hy at fecr weinig. 
Den laattren Mey is het tot een bruyn Poppetjen geworden, 
en den lojuny is foo een graauw Kappellctjen daar uyt voort- 
gekomen, gelyk'er boven aan een vliegt. 

XXVI. 

Gras Angelieren. Flos Garyophyllorum. 

OP deefe Bloemen vond ik diergelyke roodgeftreepte kley- 
ne Rupsjes , waarmeede ikfe tot op den 1 2 Mey tot 
Neurenberg gevoed heb : zy hebben zich toen in de Bloemen 
ingefponnen, en zyn daarin tot Popjes verandert geworden, 
Waaruyt den 26 dito fulke Okercouleurde Torretjes quaamen, 
gelyk'er op de Bloemen gefïen word. 

Tot Amflerdam , wierd my een geel en fwart geftreepte 
Rups gebracht , gelyk'er eene op het groene blad is : die 
zich aanltonds infpon, foo draa als ikfe op den 22 Juny ge- 
fchüdert hadde , enden 20 July daaraan volgende, quam'cr 
een loodanig Uiltje uyt. 

XXVII. 



I 



( If ) 



XXVII. 

Indiaanfchc Kors. Nojiurtium lndicum. 

Dlergelykc houtcouleurde Rupsjes heb ik met deefe Kors 
gevoed. Den 1 3 Juny wierden eenige tot Popjes , in 
de groene blaaden. Den 3 July quam'er 't eerfte Kappelletjen 
uyt , waarop den 7 dito noch twee volgden, en den 13 dito 
wederom een ander. 

XXVIII. 

S l . Jans Bloemen of Koedille. Buphthalmum. 

DTergelyke geele en fwarte Rupfen , hebben deefe Bloe- 
men gegeeten , tot op den 2$July 1704. wanneerfe 
zich infponnen , en tot Popjes wierden. Des volgenden 
Jaars den 24 Mey , quaamen'er fulke roode en fwarte Kappel- 
letjes uyt, gelyk hier te fien zyn. 

XXIX. 

Speer-Kruyd. Phu, vulgo Valeriana. 

Dit Kruyd is de fpyfe van deefe Rupfen. Den 17 Juny 
hebben zy een wit gefpin gemaakt, en zyn daarin tot 
Popjes geworden, en den 29 dito quaamen'er fulke graauwc 
Uiltjes uyt. 

De kleyne bruyne Rups heeft zich ingefponnen den 14 
October 1704. en des volgenden Jaars, den 24 Mey, is 'er 
een foodanig bruyn vliegend Kappelletje uytgekomen. 

XXX. 

Aalbefien. Uva Urftna. 

TOt Amjierdam vond ik diergelyke graauwe en witte ge- 
ftreepte Rupfen , welke de groene blaaden van deefe 
Befien aaten, tot op den 23 Juny 1706. wanneerfe tot Popjes 
wierden, en den 24 July quamen'er fulke fchoone bruyne en 
witte Kappelletjes uyt, ■ 



XXXL 



(■16 ) 



XXXI. 

Mocrellc Karflèn. Cerafa Plintam. 

OP deefe Boomen vond ik drie van foodanigc Rupfen., 
welkers blaaden zy tot hunne fpyfe gebruykten, tot op 
den 9 Juny , wanneerfe zich tot de verandering begaaven: 
En als de eerfte tot een Popjen wierd , heeft hem de andere 
opgegeeten, tot dat'er maar een overbleef, die den 3 July 
tot een graauw Uiltjen wierd. 

XXXII. 

Bloeyende Hey. Erice , florens. 

DTt Kruydjen waft op dorre heyden , 't welke deefe Rup- 
fen tot hunne fpyfe gebruyken. Zy hebben zich den 
if, 16 en 17 Augufty ingefponnen , en des anderen Jaars den 
16, 17 en 18 dito, zyn'er tweederly foodanige Uiltjes uyt 
gekomen , namentlyk Mannetjes en Wyfjes. 

Het middellte Rupsjcn, zynde fwart met Oranje vlakken, 
heeft meede het felfde Kruyd gegeeten, tot op den 30 Juny, 
wanneer het zich aan dit Kruydje valtfpon , en tot een fwart 
Popjen wierd, en den 16 July , is 'er een foodanig graauw 
geftreept Uiltjen uytgekomen. 

De fchoone geftreepte Rups, heeft meede dit Kruydjen 
gegeeten, als meede (Millefólium of) Duylentbladt j hy was 
leer gaauw in 't loopen. Den tz Juny heeft hy begonnen 
een feer hard gefpin te maaken, waarin hy zich tot een Pop- 
jen veranderde , en wanneer men het aanraakte , heeft het 
zich veelmaalen omgekeert : en is eyndelyk gantfeh verdroogt. 
Ik heb daarop het harde gefpin opgefneeden , en daarin ge- 
vonden foo als hier te fien is. Dit heb ik in Duytfchlandt , 
als meede tot jimjïerdam alfoo bevonden. 

XXXIII. 

Klaaver en Riet-Gras. T r ifolium Carex. 

DE aardcouleurde Worm , op het Klaverblad , word van 
de Landlieden een Aardworm genoemt': en is feer fcha- 

delyk 



34- 3 




c 



C 



( 17 ) 

delylc voor 't Weylandt , om dat hy de wortelen van 't gras 
opeet. Hy heeft zich den z<?Mcy tot een Popjcn verandert, 
foo als'er een onder de Worm geilen word : En den zf Juny , 
wierder een foodanig dier uyt, gelyk'er een op de Bloem te 
fien is. Hy legt fyn zaat in de aarde, en foo als de Landlie- 
den feggen, heeft hy wel drie Jaaren noodig tot fyne Veran- 
dering. 

De fchoone geel en roode Rups , tegen over de bovenge- 
melde Worm, heeft Riet-Gras tot fyne fpyfe gebruykt tot 
op den eerften Augufty, wanneer hy een wit gelpin maakte, 
waarin hy tot een fwart Popjen wierd , en den if Augufty 
quam'er foodanigen witachtig Uiltjen uyt , gelyk boven aan 
te Hen is. 

XXXIV. 

Wintbloemen. Anemone. 

SOodanige Bloemen heb ik by deefe Rupfenmaar om't wcl- 
ftaanshalven gevoegt j om dat 'er op 't voorgaande bladt , 
Gras en Klaaver die in 't Gras walt, te fien is. DeeffRup- 
fen hébben Riet- Gras gegeeten , tot op den 8 Juny , wan- 
neerfe tot Popjes wierden , en den 2,8 July , quamen '-er foo- 
danige geele Uiltjes uyt. 
* XXXV. 
Juffertjes in 't Groen. 

IK heb deefe hier op de Bloem fittende Rups , daar op ge- 
fet, om dat ik haare fpyfe niet en wift. Want foodraaik 
fe gefchildert hadde , den 8 Juny 1705". heeftfe zich inge- 
fponnen, in een wit Ey j en den 28 dito is 'er een foodanig 
Uiltje uytgekomen. 

De onderfte Worm die op de fteel kruypt , gebruykt tot 
fyne fpyfe de kleyne Luysjes die men op alderhande gewaflên 
vind. Den 26 Juny veranderde hy, foo als'er een onder de 
Worm te fien is , en tw aalf daagen daarna quamen 'er foodanige 
Torretjes uyt. 

XXXVI. 

Willigeboom. Salix. 

DEefe groote Rupfen hebben eenen ftinkenden reuk. Zy 
houden zich in de holle Willigeboomen op , etende het 

C bin- 



( rl ) 

binnenrte vnn defelvc: maar wanneerfc geene fpyfe meer heb- 
ben , foo eetenfe malkanderen felfs op : men kanfe ook in 
geene Doofen bewaaren , om datlb alle houtwerk doorbyten. 
Den io April fponnen zich eenige in, en den 4 Mey quamen 
'er foodanige graauwe Uiltjes uyt , gelyk hier vertoont wer- 
den , namentlyk een Mannetjen en een Wyfjen. Ik bequam 
noch eenen anderen, op den zo September j declê leyde zich 
in de aarde tot in de maand O&ober , fonder eenige fpyfe te 
nuttigen, en wierd een Popjen. Den 17 Mey des volgenden 
Jaais, quam'er een foodanig Uiltjen uyt , 't welk den eerften 
dag 1 f8 Eyeren leyde, en des anderen daags noch 78 Eyeren, 
wanneer fy n ly f dunder wierd , en den derden dag ltierf het. 

XXXVII. 

Swartebloeyende Water-willigen. 

DIergely ke groene geflippelde Rupfên , heb ik'er veele ge- 
vonden in Friefiand , op diergclyke Willige en Abeele- 
boomen, welkers beyde blaaden zy tot hunne fpyfe gebruyk- 
tcn, tot op den z8 Augully, wanneerfe zich in fwarte Popjes- 
veranderden , en des volgenden Jaars den 14 April , zyn'er 
twee foodanige graauwe Uiltjes uytgekomen , die aanftonds* 
groene Eyeren leyden. Maar alle de andere Kappelletjes quaa- 
men eerder uyt, welkers vleugels foodanig t'faamen gerimpelt 
waaien , dat men niet bekennen konde , wat gedaante datfc 
hadden. 

XXXVIII. 

Willigen. 

DEefe fchoone Rups, heeft Willige tot fyne fpyfê genut- 
tigt, totopdenzzjuny, wanneer hy in een Popjen ver- 
anderde, het welke daagelyks bruyner wierd , foo als den dauw 
op de blaauwe pruymen> den 5 Augully quam'er een fodanig 
fchoon graauw en rood Uiltje uyt. 

XXXIX. 

Willigen bloeyfel. 

DEefe dubbeld gehoornde Rups , heb ik van Leyden ge- 
kreegen, alwaarfe op Willigen gevonden is, waarmeede 

ikfc 



37- 



( 19 ) . 

i'kfe ook gevoed hebbe. Wanneer zich maar het minfte ding 
beweegde, foo trok hy fynen kop in , en hield zich een tyd 
lang heel fel. Wanneer hy at, foo hield hy fyne twee hoo- 
rens digt by malkanderen. Somtyds flak hy uyt defe twee 
hoorens, noch twee weeke roode hoorens uyt, die al foo lang 
waaren , als de eerftgemelde harde hoorens : deefe beweegde 
hy van de eene tot de andere zyde, en dan haalde hyfe weer 
binnen, dat men 'er niets meer van konde fien. Dit duurde 
tot op den zöjuly, wanneer hy zichinfpon,en des volgenden 
Jaars in April, quam'er dit Uütjen uyt. 

X L. 

Willige-blad. 

T"\E bovenftc groene Rups gebruykte de Willige-blaaden 
\_J tot fpyfe. Wanneer men hem aanraakte , foo rolde hy 
zich aanftonds in malkanderen, en fpatte uyt yder lit , wat 
helder waater , als of het met een fpuyt gedaan wierd ; en dit 
foo dikwils als men hem aanraakte; den zo Augufly heeft hy 
een groot gefpin gemaakt, en desvolgenden Jaars den 2f Juny, 
quam'er een foodanig geel en fwart Dier uyt , gelyk'er een 
by de Rups te fien is. 

De tweede half geel en half groene Rups, heeft ook deefe 
fpyfe gebruykt, en daarmeede heb ikfe in Vrieflandt gevoed. 
A°. 1 690. den iojuly, hebbenfe zich na malkanderen in 
graauwe Eyeren ingefponnen, en deneerften Auguity quamen 
'er fulke geele Vliegen uyt , gelyk'er in 't midden gefien 
worden. 

Wanneer deefe onderfte fwart en geel geüippelde Beesjes 
vallen, fop hebbenfe moeyte om weer op te ltaan , vermits 
zy op den rug vallen: haare fpyfe beftaat in W ater Willigen. 
Den 2f Juny 1680. hebbenfe zich tot geele Eyeren ingefpon- 
nen , en den 1 ƒ July zy n'er diergelyke Torretjes uy tgekoomen. 

X L I 

Willige-blad. 

DEefe geel en fwart gevlakte Rupfen , hebben tot haare 
fpyfe Water- willigen gebruykte. Den 27 Augufty 1689. 

C 2 heb- 



( io ) 

hebbenfe twaalf dagen lang geleegen, tot datfe haare huyd 
afftroopten, en tot fchoone groene Popjes wierden , die bin- 
nen vier uuren bruyn waaren : en den n Meytotin de maand 
Juny , zyn deefe fchoone Uiltjes daaruyt gekomen > welke 
groene Éycrtjcs leyden. 

Diei gelyke donker graauwe Beesjes , gelyk'er hier onder 
een met fyne Verandering re fien is , heb ik den 4 Juny op 
Willigen gevonden j diefe tot haare fpyfe nuttigden: zyaaten 
alleen het bovcnfte fap van de blaaden, foo dat de blaaden in 
haar geheel bleeven. Den 1 1 Juny hebbenfe zich ergens aan 
een blad of Heel vaftgehegt , en zyn alfoo verandert , tot dat 
'er den Z4 Juny foodanige donker groene Torretjes uy t voort- 
quamen. 

XLI I. 

Geelè Roofen* Rofa. 

SOodanige Rupfen gebruyken- Roofenblaaden tot haare fpy- 
fe. Wanneerfe zich in July infpinnen , foo komen noch 
in de maand Augufty de Uiltjes daaruyt. Maar wanneerfe 
zich in Augufty infpinnen, foo blyvenfe leggen, tot het vol- 
gendejaar in July, en dan komen 'er de Uiltjes eerfl uyt. In 
fommige Popjes zyn ook Wormen gegroeyt , die aanftonds 
tot bruyne Eyeren veranderden , en veertien daage daarna 
quamen'er fulke Vliegen uyt. 

XLIH. 

Roofen. Rofa. 

HEt bovenflc geele Rupsje heeft Roofen gegeeten, tot op 
den 14 July, wanneer liet zich met de overige tot witte 
Eyeren infpon , en den 4 Augufty zijn'er fulke Vliegen u)t- 
gekomen. 

De onder (te groene Rups gebruykte ook Roofen tot haare 
fpys. Den 1 1 Mey hebben zich cenige daarvan in de blaaden 
ingefponnen, en wierden tot Popjes - f waaruyt den 14 Juny 
fulke lichte Okercoulcurde Kappelletjes voortquamen. 

Van dit half groen en half roofe couleurt Rupsje, dat op de 
knop kruypt, heb ik'er veele op Roofen gevonden , welkess 

blaaden 



fff m \~ '/ 



( n ) 

blaadcn zy tot haarc fpijfe gebruykten. Den f Mey hebben 
zy haare couleur in groen verandert en zijn tot Popjes gewor- 
den , waaruyt den zi dito fulke bruyne Kappelletjes voorD- 
quamen. 

XL IV. 

Roofen. Rofa. 

VAn de kleynfte groene Rups, heb ik'er veele op Rooien 
gevonden, enfe daarmeede gevoed. Den iz Mey wier- 
den zy tot bruyne Popjes j en den 6 April des navolgenden 
Jaars, quamen'er fulke Kappelletjes uyt, gelijk'er een boven 
de Rups te ficn is. 

De bovenfte bruyne Rups , heb ik ook met Roofenblaaden 
gefpyft, A°. 1684. den zo Mey tot op den 6 Juny , wanneer 
hy zich in een donker roode couleur veranderde. Den 9 Juny 
maakte hy een gefpin, waarin hy tot een Popjen wierd : cn 
den zpdito ifler eenfoodanig Kappelletje uytgekomen, gelijk 
'er een boven de Rups gefien werdt. 

XLV. 

Roofen. Rofa. 

HEt hangende groene Rupsjen, eet meede Roofen. Dit 
foort kruypt menigmaalen op de rug, en laaten zich aan 
een draatjcn, dat uyt haar mond gaat, op en af. Den 10 Mey 
wierd het tot een Popjen, enden 18 dito tot een fwarte Vlieg, 

De groote groene Rups gcbruykte ook Roofen tot haarc 
fpijfe. Den zi Mey, Ürooptefe haare huyd af , en wierd tot 
een Popjen : waaruyt veertien dagen daarna , een ükercou- 
leurt Uütjen voortquam. 

XL VI. 

Abeeleblaaden. Ahiegna folia. 

DIergelyke graauwe Rupfen, heb ik in 't eerfl: voor geene 
Rupfen aangefien , om datfe heel ftil , fonder zich te 
verroeren, onder aan de blaaden in malkanderen gekrinkelt 
faaten, en niets anders als vogelsdrek te zijn , fcheenen. Jk 

C 5 hebfe 



! « ) 

hebfe met Abeeleblaaden in Vriefland gevoedt. Den 25 Sep- 
tember heeft een daarvan een bladt foo vaft aan malkanderen 
gelponnen, als of het t' faamen gelymt was ; waarin hy zich 
tot een Popjen veranderde. De andere die ik hadde, hebben 
een gewoonlyk gefpin gemaakt, waarinfetot Popjes wierden. 
Den 14 April des volgenden Jaars, quam'er het eerfte Kap- 
pelletje uyt , waarop de andere in de maand Mey volgden: 
en ligtgroene Eyeren leyden. Het Kappellctjen is onder de 
Rups te fien. 

De groene Rups heb ik te gelyk met de bovengemelde 
gramiwe , op defclve Boomen gevonden. Den 18 Augufty 
leyde hy zich ftil neer, ftroopte fijne huyd af , en wierd een 
Popjen, fonder te fpinnen. Des volgenden Jaars den 14 April, 
quam'er het eerfte Uiltjen uyt, en de andere eerft inde maand 
Mey daaraan volgende, gelijk' er een op het bovenfte groene 
blad te fien is. 

XL VII. 

Winde of Wrange. Convolvulus. 

VErmits 'er op het voorgaande blad , de fpys van alle defe 
laatfte Rupfen {iaat, en dit maar een Wilde boom is , 
foo heb ik deefe laatfte blaaden met Bloemen verderen wil- 
len , niet twyffelende of het fal aan de Liethebbers aange- 
naam zyn. 

Deefe bruyne Rups heeft den 20 Juny een geel gefpin ge- 
maakt, en is daarin tot een bruyn Popjen geworden , waar- 
oyt den 14 July dit Oranjecouleurt Uiltjen vooitquam. 

XLViir. 

Goudts-bloemen. Chaltha. 

"pvEcfe geele Rups heeft Abeeleblaaden gegeeten, tot inde 
1_J maand September. Den if Juny des volgenden [aars, 
quam'er een bruyn Uiltje uyt j na dat hec eerft in een bruyn 
Popjen verandert was. 

Dier- 



( *J ) 

Diergelijke Beesjes, gelijk'er een op het groene blad fit, 
gebruyken de kleyne Luysjes tot haare fpyfe. In 't begin van 
Juny hebben zy zich tot Popjes verandert , en op 't eynde 
defer maand, quamen'er een fodanige geele Torretjes uyt. 

Het onder fte bruyne Diertjen, houd zich in 't waater op , 
tot in de maand Juny , wanneer het op 't land kruypt : en 
dan komt'er foodanigen vliegendt Beesjen uyt , gelyk'er een 
naait aan op het blad fit. 

XLIX. 

Granaat-bloem. Flos mali Punici. 

DE bovenfte Rups , heb ik met Abeeleblaaden gefpyft. 
A<r 1699. Den 10 September tot Amflerdam heeft hy 
zich in een wit gefpin ingefponnen , en des anderen Jaars in 
de maand April , is dit graauwe Uiltjen daaruyt voortgeko- 
men. 

De onderfle tweefteertige Rups , heeft zich aanftonds in- 
gefponnen , foo dat ik haare fpys niet konde weeten. Hy 
heeft een wit gefpin gemaakt , en is daarin tot een Uiltjen 
geworden, gelyk'er een op de bloemen te fien is. 

L. 

Krul-Lelicn. Martagum. 

SOodanige kleyne groene Beesjes, hebben geen fekere fpy- 
fe noch tydt: want men vindfe op alderhande Kruyden, 
en op alle getyden van 't Jaar \ waar men maar diergelyke 
wit fchuym fiet, vind men'er deefe Diertjes in : foo lang tot 
datfe in foodanige fpringende Torretjes veranderen, gelykhet 
eene en andere, onder aan by malkanderen te fien is. 

De groenachtige Rups , heeft Abeeleblaaden gegeeten, 
tot op den SOftober, wanneerfe in een Popjen veranderde \ 
en den zp Juny des volgenden Jaars , is 'er dit Uiltjen uytge- 
komen. De Rups en het Uiltjen zyn boven by malkanderen 
te fien. 

Het onderfle groenachtige Rupsje , heeft blaaden van 

Kruys- 



( 14 ) 

Kruysbefieboomtjes gegeeten. Maar alfoo decfe vrucht en 
bloeyfel reeds in de twee voorgaande deelen afgebeelt zyn , 
foo heb ik die hier niet wederom willen vertoonen , en in 
der felven plaats deefe Krul-Lelien ge(telt,als meede eenaan- 
genaamc bloem zynde. Wanneer men deefe Rupjes aanraakt , 
lbo laatenfe zich aanftonds aan een draatje neer. Zy zijn feer 
fncl in 't loopen. Den i z Mey hebben zy zich tuflchen de 
blaaden ingefponnen , en zyn daarin tot bruync Popjes ge- 
worden, en den 24 dito, quamen'cr fulke Kappelletjes uyt, 
diebruynen wit waaren, gelyk'cr een benevens fyn Popjen 
boven te ficn is. 




I 



r 



■